BRIEF AAN DE TWEEDE KAMER

[……] 2014

Ter attentie van de Commissie van de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven.
Postbus 20018
2500 EA Den Haag

Onderwerp: Burgerinitiatief Straatintimidatie

Geachte leden van de Tweede Kamer,

Indieners doen u op grond van artikel 132a van het Reglement van orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal onderstaand burgerinitiatief toekomen.

Voorstel
Indieners stellen voor om een nieuwe strafbaarstelling op te nemen in titel XVIII van het wetboek van strafrecht waarin straatintimidatie strafbaar wordt gesteld onder een bedreiging van een gevangenisstraf van drie maanden of een boete uit de tweede categorie. Voor een uitwerking van dit voorstel verwijzen indieners naar de bijlage bij deze brief.

Motivering
Straatintimidatie jegens vrouwen is intimidatie die plaatsvindt op openbare plekken. Het is vaak seksueel getint en het wordt meestal gepleegd door onbekenden. De aanleiding voor straatintimidatie is veelal niet meer dan het vrouwelijk geslacht van het slachtoffer.

Een grote meerderheid van de vrouwen maakt straatintimidatie regelmatig mee, soms zelfs dagelijks. Het beperkt veel meisjes en vrouwen in hun bewegingsvrijheid en gedrag: Het maakt dat ze bepaalde plekken bewust vermijden, zich anders gaan kleden, of simpelweg lang niet zo ontspannen over straat gaan als mannen. Voorbeelden van straatintimidatie zijn onder andere:

  • Uitgemaakt worden voor ‘hoer’, ‘slet’, of ‘geil (kut)wijf’.
  • Herhalend en agressief gevraagd worden “Wil je sex?”, of andere zeer expliciete seksualiserende opmerkingen, zoals “Hey! Waar ga je heen met dat lekkere kontje?“
  • Geconfronteerd worden met intimiderende geluiden en gebaren zoals sissen, luid en overdreven kreunen, of het imiteren van masturbatiebewegingen.

Dit is geen onderdeel van het spel tussen heteroseksuele mannen en vrouwen. Dit soort bejegening is intimiderend, waardoor vrouwen zich beledigd, bedreigd of beperkt voelen. Mensen die zich schuldig maken aan straatintimidatie zijn zich hiervan bewust; hun doel is niet versieren, maar intimideren.

Elke Nederlander heeft het recht om zich vrij te verplaatsen, zonder zich bedreigd te hoeven voelen. Dit is momenteel te vaak niet het geval. De meeste aspecten van straatintimidatie zijn net niet te vatten onder het bestaande verbod op bedreiging of op belediging.

Het expliciet strafbaar stellen van straatintimidatie kan worden gezien als een geoorloofde beperking van de vrijheid van meningsuiting (voor zover die al in het geding zou zijn), omdat het de rechten en vrijheden van anderen beschermt.
Straatintimidatie strafbaar stellen is een belangrijk signaal dat dit soort gedrag niet thuishoort in onze maatschappij. Ten eerste vormt het een signaal voor de minderheid van de Nederlanders die dit gedrag vertoont: Ook wanneer er uiteindelijk te weinig bewijs is om een boete uit te schrijven, zal het aanspreken van daders van straatintimidatie al een duidelijk signaal geven dat hun gedrag niet getolereerd wordt. Maar minstens zo belangrijk is het signaal aan de grote groep Nederlanders die regelmatig het slachtoffer is van straatintimidatie; sommige meisjes en vrouwen internaliseren dit gedrag en zien het ondertussen al als normaal. Dit tast het Nederlandse fundament van gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen aan.

Hoogachtend,

Gaya Branderhorst, Soundos El Ahmadi, Jens van Tricht, Renate van der Zee, Nicky Touw, Rewi Newalsing, Adriana Rodriguez, Eugene Peter Gibbons, Jessica van der Pluijm, Iris van der Heijden