Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

WAT IS STRAATINTIMIDATIE?
Straatintimidatie vindt plaats in de openbare ruimte. Dader en slachtoffer kennen elkaar meestal niet. De aanleiding voor straatintimidatie in het algemeen is niet meer dan iemands (vermeende) geslacht, seksuele oriëntatie, of religie. De straatintimidatie gericht op meisjes en vrouwen is daarbij meestal seksueel getint.

​De overgrote meerderheid van de vrouwen wordt regelmatig, soms dagelijks geconfronteerd met straatintimidatie. Vrouwen worden door volslagen onbekende mannen uitgemaakt voor “hoer”, nagesist of herhaaldelijk en agressief gevraagd of ze seks willen. Dit beperkt de bewegingsvrijheid van meisjes en vrouwen. Het maakt dat ze bepaalde gebieden vermijden, zich anders gaan kleden, of simpelweg lang niet zo ontspannen over straat gaan als mannen. In de Nederlandse samenleving staat gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen voorop. Straatintimidatie staat dus haaks op onze normen en waarden.

Straatintimidatie is dus een mensenrechtenissue. Lees ook wat de Verenigde Naties schrijft over intimidatie van vrouwen in openbare gebieden.

WAT DOEN JULLIE ERAAN?
Wij zetten in op proactief beleid tegen straatintimidatie. Wij dringen o.a. aan op onderzoek, monitoring, en voorlichting over straatintimidatie aan scholieren en politie. Sommige daders moeten consequenties ervaren voordat zij hun gedrag aanpassen. Daarom stellen we tevens voor dat de overheid een boete oplegt aan mensen die zich schuldig maken aan straatintimidatie. Hierover kun je hier meer lezen.

Het voordeel van een boete is dat deze ter plekke kan worden opgelegd door een politieagent. Maar ook bij afwezigheid van de agent kan een slachtoffer de politie bellen. De agent kan dan bewijs gaan verzamelen. Zelfs als dit niet gevonden wordt, worden daders zo in ieder geval vaker aangesproken op hun gedrag. Er hoeft dus geen aangifte gedaan te worden door het slachtoffer. Wanneer de agent een boete uitschrijft, kan hiertegen wel een procedure worden aangespannen door de dader. Dan ligt de last van een procedure aanspannen dus niet bij het slachtoffer, maar bij de dader.

MOGEN MANNEN DAN NIETS MEER ZEGGEN TEGEN VROUWEN?
Natuurlijk wel. We hebben het over intimidatie, niet over flirten. Een biertje aanbieden, voor laten gaan bij de deur, een complimentje over de outfit? Dat kan nog altijd even goed.

Flirten is totaal iets anders dan straatintimidatie. Een onbekende vrouw uitschelden voor “hoer” of reduceren tot een seksueel object is niet hetzelfde als een toenaderingspoging. Straatintimidatie is een manier om vrouwen hun ‘plaats’ te wijzen, een manier om hen te laten weten: “Je kan rondlopen, studeren, werken, maar je blijft een vrouw. En dus hebben wij wat over je te zeggen.”

IS EEN VERBOD GEEN SYMBOOLPOLITIEK? DIT IS TOCH NIET TE HANDHAVEN?
Een verbod op straatintimidatie is niet moeilijker te handhaven dan talloze andere verboden. De meeste inbrekers worden niet op heterdaad betrapt. Grofvuil dumpen gebeurt helaas ook meestal straffeloos. De reden dat de overheid toch een boete instelt, is omdat men een signaal wil afgeven dat dit ongewenst gedrag is.

Straatintimidatie lijkt subjectiever dan bijvoorbeeld grofvuil dumpen; de één trekt zich iets sneller aan dan de ander. Maar een verbod op grond van een ervaring van een slachtoffer is ook niet nieuw; denk aan het verbod op belediging of bedreiging. Dit is een strafbaarstelling die ziet op een gevoel dat mensen krijgen. Bovendien hindert grofvuil de één ook meer dan de ander. Er wordt een boete ingesteld omdat de grote meerderheid het erover eens is dat grofvuil dumpen ongewenst gedrag is. Deze consensus bestaat ook voor straatintimidatie. Dus waarom staat daar dan nog geen boete op?

Ons voorstel geeft de politie meer handvatten om plegers van straatintimidatie aan te spreken en waar mogelijk te laten voelen in hun portemonnee dat hun gedrag wordt gezien als schade toebrengend aan de maatschappij. De overlast die miljoenen meisjes en vrouwen ervaren van straatintimidatie, weegt voor velen van hen veel zwaarder dan bijvoorbeeld hondenpoep op de stoep (waar al wel een boete op staat).

Wat sommigen symboolpolitiek noemen, vinden wij een belangrijk signaal dat dit gedrag niet thuishoort in onze maatschappij.

IK BEN EEN MAN, WAAROM ZOU IK TEKENEN?
Ten eerste, omdat je mogelijk onze mening deelt dat het stelselmatig intimideren van een groep mensen op straat niet thuishoort in onze samenleving. Ten tweede, omdat als je wellicht een zus, dochter of moeder hebt die hier regelmatig last van ondervindt. Ten derde, omdat deze jongens het verpesten voor de meerderheid van de mannen die zich gedragen. Vrouwen worden zo vaak lastig gevallen, dat ze op straat een soort schild optrekken. Dit maakt ze ook minder ontvankelijk voor jouw respectvolle toenaderingspogingen, al dan niet van romantische aard.. Straatintimidatie belemmert een ongedwongen sociale interactie tussen mannen en vrouwen in de publieke ruimte.

MOET JE EEN SOCIAAL PROBLEEM NIET ANDERS OPLOSSEN DAN MET EN BOETE?
Met alleen een boete kom je er inderdaad niet. Stichting Stop Straatintimidatie richt zich daarom ook op voorlichting, en lobbyt naast een boete altijd voor monitoring en bewustwording. Er zijn ook veel andere organisaties bezig met bewustwordingsprojecten zoals Hollaback! en Stop Street Harrassment. Sommige gerelateerde bewustwordingsprojecten zijn speciaal gericht op mannen, zoals bijvoorbeeld White Ribbon, en in Nederland eMANcipator.

Inzetten op zowel strafbaarstelling als bewustwording is hoe we vrijwel ieder sociaal probleem aanpakken in Nederland. Er bestaan bijvoorbeeld veel projecten om kwestbare groepen jongeren niet in de criminaliteit terecht te laten komen. Dat wil niet zeggen dat we oplichting en stelen dus niet meer strafbaar hoeven te stellen. Het beste tegenmiddel is een juiste opvoeding. Maar waar die faalt, is strafbaarstelling een nodig middel.

WAAROM MOET IK MIJN GESLACHT OPGEVEN BIJ TEKENEN VOOR DIT BURGERINITIATIEF?
Dat hoef je niet in te vullen; er is ook een optie ‘zeg ik liever niet’. Jouw handtekening is dan nog steeds geldig als ondertekening van dit burgerinitiatief. Wij zijn echter zelf nieuwsgierig naar de verhouding man/vrouw van de ondertekenaars.

VALT STRAATINTMIDATIE NIET AL ONDER HET VERBOD OP BELEDIGING?
De meeste aspecten van straatintimidatie zijn (net) niet te vatten onder het verbod op bedreiging of op belediging. Dit geldt zelfs voor het uitschelden voor ‘hoer’, omdat dit naar de letter genomen een aanduiding voor een beroep is. Herhaaldelijk “Wil je seks?” in het gezicht van iemand zeggen, kan naar de letter ook opgevat worden als een toenaderingspoging.

Zo wordt dit gedrag echter niet ervaren door vrouwen. Zij voelen zich vernederd, zo niet bedreigd. De jongens die dit gedrag vertonen, weten dit ook. Het doel van straatintimidatie is niet versieren, maar intimideren.

Daarnaast moet voor belediging en bedreiging aangifte worden gedaan. Een boete kan sneller door een agent opgelegd worden. Het slachtoffer hoeft dan geen procedure in.

ZIJN ER CIJFERS BEKEND OVER STRAATINTIMIDATIE?
Uit onderzoeken van o.a. gemeente Amsterdam, gemeente Rotterdam, de Europese Unie, en Amerikaanse organisaties, blijkt onder meer dat:

83% van de Amsterdamse vrouwen tussen 15-34 jaar aangeeft te zijn geconfronteerd met een of meer vormen van (seksuele) straatintimidatie.


84% van de Rotterdamse vrouwen tussen 18-45 jaar slachtoffer is geweest van (seksuele) straatintimidatie. 90% hiervan heeft haar gedrag aangepast naar aanleiding van deze ervaring(en).


80% – 92% van de slachtoffers van straatintimidatie het gedrag meestal negeert en doorloopt. Echter, meer dan de helft heeft ook wel eens wat teruggezegd. Slechts een kleine  minderheid doet aangifte.


50% van LGBQT mensen (lesbisch, homo- of biseksueel, queer of transgender) in de Europese Unie wel eens bepaalde openbare ruimten vermijdt vanwege straatintimidatie.


in 10%-14% van de gevallen van straatintimidatie de omstanders er wat van zeggen. De behoefte bij slachtoffers aan bijval van omstanders is echter veel groter.